24 Feb

Gemeenteraad voor beginners

De gemeenteraadsverkiezingen zijn aanstaande, op 3 maart reppen wij ons in de morgenstond naar het stemlokaal om aldaar, voor het eerst weer, met een rood potlood onze stem uit te brengen in het lokale belang. Heb dat nut? Ja, dat heb nut. Sinds 1990 ben ik, naast andere activiteiten haast ik mij te zeggen, raadsverslaggever voor een regionale krant. Dus kan ik met enige autoriteit beweren dat de gang naar de stembus voor de gemeenteraadsverkiezingen nut heb. Maar wat moet je kiezen?

Toen ik met die politieke verslaggeving begon vond ik de lokale democratie iets prachtigs. Een verfijning van wat er landelijk, dus in Den Haag, gebeurde, waarbij het belang van iedere burger telde. Het ging, zonder overdrijving, soms letterlijk over de spreekwoordelijke losliggende stoeptegel. Maar ook over grote zaken als de uitbreiding van de stad. Enig nadeel was dat de commissie- en raadsvergaderingen telkens heel democratisch werden bezocht door ene mijnheer G., een maatschappelijk uitgedaagde figuur, die bij alle vergaderingen tijdens de publieksrondvraag aan het begin even de gelegenheid kreeg het zijne aan de bijeenkomst bij de dragen. Dan bromde hij iets als: ‘Voorzitte, wat kwamme hun in de hele zaak van postzeges, laat alles, hun, wou ik zegge, gaat woonbote, in de provincie aan toe.’ Hij rook naar een muf koekje, zijn adem naar brandende autobanden. En hij zat altijd naast mij.

Op een boze avond stond mijnheer G. met zijn pisgele weekeindtas in de foyer van het stadhuis te wachten tot de vergadering zou beginnen. In die immense tas zaten de raadsstukken van de voorbije decennia. Een vracht papier met de opbrengst waarvan een kleine trekzakvereniging een bescheiden clubhuis zou kunnen bouwen. Mijnheer G. torste deze tas steeds met zich mee aan zijn schouder. Op die avond begaf de rits het, waarna de inhoud zich als een lawineus spel kaarten over het linoleum in de foyer verspreidde. Mijnheer G., die hechtte aan vaste waarden, wist zich geen raad.

Uiteindelijk wist ik me ook geen raad. Want wat was dat, die raad? Hoewel ik nog steeds die verfijning zag, werd aan dat goede gevoel geknaagd. De gemeentepolitiek was een pandemonium, een theater, waarin de zaken niet alleen in de raadszaal maar ook in de coulissen werden geregeld en waar een cultuur heerste van elkaar – in het gunstigste geval – vliegen afvangen of – in het minder gunstige geval, elkaar verlinken. Meer dan eens viel een anonieme envelop bij de redactie in de bus waarin  brandbare informatie zat over het gedrag van raadsleden, maar vooral wethouders. Daarnaast verbaasde ik me over de schaamteloosheid waarmee raadsleden van vooral de grotere partijen pas tijdens de vergadering hun enveloppe met vergaderstukken openden, om vervolgens, net als altijd, niet het woord te voeren. Een raadslid in een gemeente van rond de 60.000 inwoners krijgt maandelijks ongeveer 1300 euro overgemaakt.

De macht van de ambtenaren was enorm. Sommige wethouders konden me telefonisch pas te woord staan wanneer ze die ambtenaren uitgebreid hadden geraadpleegd over mijn vragen. Soms zaten die ambtenaren op de achtergrond te souffleren. Ook zag ik krachtige oppositieleiders in de wethoudersstoel als een blad aan een boom omdraaien en verworden tot tandeloze klunzen, die in hun maatschappelijke werkterrein door de directeuren als ‘flapdrol’ werden bestempeld.

De bouwfraudekwestie, waarin bleek dat ambtenaren en wethouders zich nogal hadden laten gaan in hun contacten met (wegen) bouwers, zorgde voor een normalisering. Arrogante, manipulatieve ambtenaren gingen van hun plek en moesten voor de rechter verschijnen. De politiek bleef goeddeels buiten schot, maar de schrik zat in de benen, tot op de dag van vandaag. Probeer voor de grap een wethouder eens te bedanken met een kistje wijn.

Wat straks te kiezen? Iedere gemeente geeft wel zo’n handzaam gidsje uit met alle adressen van lokale kleiduivenmelkers, zelfkazende volksdanskantklosgildes en het rijtje met huisartsen, waarin huisarts Prikker de lachers uiteraard op zijn hand weet te krijgen. Voorin zo’n gids als het meezit de samenstelling van het college en ook de gemeenteraad. Haal zo’n gids bij de gemeente, voor een eerste indruk van het heden, als je echt niks van de gemeenteraad weet. Of bezoek de website, waar die informatie ook te vinden is.

Dan wordt er van de kiezer iets gevraagd: Zoek naar iemand (niet per se uit die gids, maar uit het actuele aanbod van partijen) die er zin in heeft, een liefst humorvolle realist met gevoel voor het lokale. Stem niet op iemand van wie je ook kan verwachten dat hij of zij op plastic badslippers de raadszaal binnenloopt (ze bestaan), want die hebben niets te melden en zullen, ook met jouw stem, nooit iets te vertellen krijgen. Op een lokale partij stemmen is geen bezwaar, zolang er maar geen frustratie en boosheid in het verkiezingsprogramma zit, of een thema als ‘versterking participatie draagmoeders/securitymedewerkers’. Zoek naar een stemming van vooruit willen en een kandidaat-raadslid dat een groot vermogen tot zelfspot heeft. En dan op 3 maart lekker kleuren.

Plaats dit fraais op de volgende sites
  • Facebook
  • Twitter
  • Hyves
  • Google Bookmarks
  • NuJIJ
  • eKudos
  • Netvibes

Soortgelijks op Eeuwig Weekend:

2 Reacties

  1. 1
    peter
    24 februari 2010 om 20:16
    Link

    Mijn stem heb je.

  2. 2
    Lenneke Osterhaus
    25 februari 2010 om 01:45
    Link

    Hoorns belang? :)

Je reactie

Naam en e-mail zijn verplicht. Je mailadres wordt echter nooit gepubliceerd of misbruikt. Eeuwig Weekend behoudt zich het recht om kwetsende of onnodige reacties bruut te verwijderen.

*
*