Wat is er toch aan de hand? In 2009 rollen in Finland en in IJsland de prachtplaten gewoon van de lopende band. En allemaal in de categorieën experimenteel, ambient, elektronisch, verstilt, melancholisch, meeslepend. Allemaal platen die nergens op lijken. En toch gaan we vergelijken. Het wordt tijd om eens twee kleine selecties te maken uit het aanbod: drie Finse en drie IJslandse parels. En die selecties laten we tegen elkaar uitkomen in de wedstrijd van het noorden. Of: de hemelse derby van 2009.
Daar gaan we, eerst Finland thuis:
Kuupuu – Lumen Tädhen
Psychedelisch, zo kun je de nieuwe plaat van de Finse Jonna Karanka alias Kuupuu alleen maar kwalificeren. Lumen Thäden is opgetrokken uit loops van speelgoedgeluiden, allerlei bewerkte natuur- en huis-tuin- en-keukenopnamen en stemeffecten. Het trekt voorbij als een soort zichzelf repeterend hoorspel. Rare ritmes die ergens beginnen en ergens stoppen, maar daartussen niet veel structuur lijken te hebben. Maar dat is niet erg. Lumen Thäden luistert toch lekker weg. Karanka heeft trouwens een hele hoge output. Deze plaat is misschien een eerste kennismaking met de Finse, maar inmiddels wel de veertiende die ze uitbrengt sinds haar debuut in 2003. Een goede reden om eens in haar oeuvre te duiken.
Kuupuu live in Estland. Interessante optreden, saaie clip…
Es – Kesämaan Lapset
Es is het project van de jonge Sami Sänpäkkilä, en Kesämaan Lapset klinkt een stuk meer elektronisch en minder ingetogen dan zijn vorige werk. De plaat opent zelfs met jubelend en stuiterend synthesizerspielerei. Maar de kern vormen de langere nummers ‘Säteet sun sielusta’ (whateverthatmaybe) en ‘Kesämaan Lapset’, dat zoveel betekent als ‘kinderen van het zomerland’. Vooral dat laatste nummer is boeiend, met een soort kinderlijk gezang dat door de distortion wordt gehaald, begeleid door melancholische orgelklanken en minimalistische geluidsflarden. Ongemerkt zweef je van de ene sfeer in de andere (soms lijkt het Philip Glass, soms Pink Floyd, soms Neu!). Ben je net helemaal van de aardbodem verdwenen, dan wordt je weer keihard wakker geschud door de jubelende synthesizers van afsluiter ‘Haamut sun sydämestä’. Maar de plaat eindigt cynischer, harder, directer dan we zijn begonnen. De kindertijd van het zomerland lijkt voorbij. Een onalledaagse ervaring, deze nieuwe Es.
Hannu – Hintergarten
Hun eerste plaat uit 2009, Harhailua, was al opgevallen. En Hintergarten is net zo sterk. De band uit Helsinki gaat gewoon door met waar ze goed in is: het brengen van onaardse elektronische klanktapijten, vervolmaakt met gekke akoestische instrumenten (trekharmonica, glockenspiel). Bevroren muziek, zo wijds als een toendra. Het is allemaal goed geproduceerd, maar toch weet Hannu het geluid een sausje te geven alsof het van een oude cassette of grijsgedraaide plaat af komt. Dat maakt de muziek nog eens extra vervreemdend. Maar luister je daar goed doorheen, dan hoor je de mooiste melodieën. Als ijskristallen. Hintergarten is unusual en beautiful.
Hannu – Lyhty:
Dan IJsland uit:
Múm – Sing Along To Songs You Don’t Know
Dit is de meest traditionele plaat van de zes. Een liedjesplaat zelfs, en dat was niet het eerste dat je zou verwachten van Múm. Die staan meestal garant voor uitgesponnen, sprookjesachtige sfeerstukken. Maar dat is helemaal niet erg. Op Sing Along To Songs You Don’t Know staan twaalf charmante liedjes die in elkaar zijn geknutseld met violen, xylofoons, banjo’s, soms een contrabas, een fietsbel en slechts een heel enkele keer de archaïsche of speelgoedelektronica die we van Múm kennen. Maar sprookjesachtig is het allemaal nog steeds. Prettig naïef ook, met die zoete lichte vocalen. Hier wordt je heel vrolijk van, een sprankelplaatje zomaar uit dat neerslachtige IJsland. Mooie songtitels ook: ‘Hullaballabalú’ en ‘Kay-Ray-Ku-Ku-Ko-Kex’ (wattuh??).
Ben Frost – By The Throat
Dan is dit wel andere koek. (En eigenlijk vals spelen, want Ben Frost is geen IJslander maar een Australiër die zich een aantal jaren geleden in Reykjavik vestigde.) By The Throat is tegelijk steenhard en fluisterzacht. Zachte ambienttracks worden doorsneden door blokken ruis en gitaarfeedback. En wat hoor je nog meer? Beukende strijkers (van lokale helden Amiina), iets dat het midden houdt tussen een loeiende koe en huilende wolven, horrormelodietjes, onaards gegrom, achteruit gedraaide koortjes, een midwinterhoorn. Continu klinkt het grillig en dreigend, de titel van de plaat dekt de lading helemaal. Geen gemakkelijke kost dit, maar wel vreselijk interessant. Experts plaatsen Ben Frost al in het rijtje elektronische genieën als Aphex Twin, Fennesz en Hecker. En daar zouden ze best gelijk in kunnen hebben.
Ben Frost kan ook lekker ouderwets op de gitaren beuken. Op de IJslandse tv brengt hij een ode aan Michael Gira van The Swans:
Riceboy Sleeps – Riceboy Sleeps
Dit is dé grote winnaar van Finland–IJsland 2009. Maar da’s eigenlijk niet zo moeilijk. Sigur Rós is altijd de topper van het noorden geweest, al sinds het meeslepende Agaetis Byrjun uit 2000. Dit is geen volwaardige Rosplaat, maar een solo-uitstapje van zanger Jonsi Birgisson samen met zijn boyfriend Alex – en net als Ben Frost worden ze bijgestaan door Amiina. Maar toch is dit niet zo heel veel anders als Sigur Rós. Net als altijd is het adagium: grootser dan groots. Verpletterend zelfs. Hier mag je bij zweven, groeien, huiveren, janken en kippenvel krijgen. Maar er zijn ook verschillen. Op Riceboy Sleeps zingt Jonsi nauwelijks. Dat is ergens wel jammer, want de zanger heeft zo’n onwereldse engelachtige stem. Maar dat wordt weer goedgemaakt doordat er voor ‘Atlas Song’ en ‘Boy 1904’ een heel blik koorzang wordt opengetrokken. De muziek van Jonsi en Alex klinkt barok. Maar de climaxen van Sigur Rós zijn er iets afgeslepen. En zo raakt Riceboy Sleeps de kern van wat grondlegger Brian Eno bedoelde met ambient: muziek die je de ene keer niet eens hoort en die je de andere keer tot in je diepste ziel weet te raken.
Riceboy Sleeps – All The Big Trees (vogeltjes kijken):
Conclusie:
Een wedstrijd op wereldkampioenschapniveau. En 3-0 voor IJsland. De Finse platen zijn mooi, heel erg mooi zelfs. Maar tegen het IJslandse geweld valt niet op te boksen. Waar het ‘m precies in zit is onduidelijk, maar je hoort gewoon dat die net iets meer standing hebben. Origineler zijn. Meer pakkend.
Maar toch: ik kijk nu al uit naar de return in 2010.












1 Reactie
Link
Jaaa, mooi weer, deze recensie. Van bovenstaande kende ik alleen Múm en Sigur Rós. En Rós raakt mij net niet, Múm daarentegen wel, en kocht daarom een tijdje geleden ‘Finally we are no one’. Maar ik zal ook nog eens goed naar ‘Sing Along To Songs You Don’t Know’ luisteren.
Moet zeggen dat ‘All The Big Trees’ van Sigúr wel errug fijn is!