Coil. Vijfentwintig jaar geleden verscheen hun eerste epos Scatology. En er is een minder vrolijk jubileum: vijf jaar geleden overleed zanger, componist en tekstschrijver John Balance. Op 13 november 2004 viel hij – beneveld door alcohol – van de trap van zijn huis in Londen. Hij kwam verkeerd terecht en stierf enige tijd later. Ter nagedachtenis herbeluister ik drie cd’s met een urenlang ongemonteerd interview, dat we in 2001 opnamen met Balance en diens homo-’echtgenoot’ Peter Christopherson. Daar valt wel een in memoriam uit te destilleren. Want wie was John Balance eigenlijk?
Het jaar 2009 is een dubbel jubileumjaar voor het – inmiddels niet meer bestaande –
“Persistance is all”, was zijn levensmotto, of ook “I will endure”. Helaas werd John Balance niet ouder dan 43, kon dus niet laten zien hoe volhardend hij uiteindelijk zou zijn. John Balance vormde met Peter Christopherson (alias ‘Sleazy’) het Britse avantgarde-duo Coil. In de jaren tachtig scoorden ze met drie baanbrekende en fascinerende platen. Scatology (1984), Horse Rotorvator (1986) en Love’s Secret Domain (1989) stonden vol elektronische ‘industrial music’: even experimenteel als esoterisch duister, en met rituele trekjes. Met als referenties alchemist Aleister Crowley, junkie en cut-up schrijver William S. Burroughs, Marquis de Sade en Charles Manson. Maar altijd met een subtiel en subliem geluid.
‘At The Heart Of It All”, van Scatology
Vanuit Sirius
Daarna raakte Coil wat uit de aandacht. Zonde, want ze bleven prachtige platen uitbrengen. Coil vs. Elph, bijvoorbeeld, vol muziek die naar eigen zeggen direct vanuit de ster Sirius de studio is ingestraald. Of Musik to play in the dark, vol subtiele gloomy elektronische werkjes. Wat een geluidskunstenaars! Pas in 2001 kropen ze uit de studio en begonnen Christopherson en Balance eindelijk met het geven van optredens. Dat was de reden waarom wij voor het NPS Radio 4-programma Supplement tegenover Coil kwamen te zitten. De dag daarna zouden ze optreden in Paradiso.
‘Ether’, van Musick To Play In The Dark 2
Beminnelijke Britten
Als geestelijk vaders van nummers met titels als ‘The anal staircase’, ‘The first five minutes after death’, ‘How to destroy angels (Ritual music for the accumulation of male sexual energy)’ en ‘His body was a playground for the Nazi-elite’ verwachtte ik op z’n minst duistere, occulte ruigpoten voor m’n tafel te krijgen. Maar niks was minder waar. John en Peter waren twee sympathieke, beminnelijke Britten. Geen bloed- en strontpartijen, maar thee met cake… John Balance was gewoon een groot kind, en Sleazy – een nuchtere, rustige man – was duidelijk niet alleen zijn compagnon en lover, maar vooral ook een vaderfiguur. Dat moet al zo geweest zijn toen ze elkaar leerden kennen.
Machinegeraas
Midden jaren zeventig maakte Peter Christopherson – met onder andere Genesis P-Orridge en pornoster Cosi Fani Tutti – deel uit van het beruchte collectief Throbbing Gristle (een Cockneyuitdrukking, grofweg te vertalen als ‘kloppende erectie’). Zij schokten de gevestigde orde, maar ook de kunstwereld, met hun tapes van machinegeraas en hun presentatie vol seks en geweld. Nog voor het in de mode raakte had de band de spirit van punk. Peter Christopherson: “We noemden ons label industrial records, en dat werd de naam voor een nieuwe stroming. Die relateerde aan het landschap van de stad, met geluiden van fabrieken en machines. Het lag in het verlengde van wat de Futuristen deden in de jaren twintig en dertig.”
Industrial people
John Balance was een fan van jongs af aan: “Toen ik een jaar of veertien, vijftien was hoorde ik Throbbing Gristle voor het eerst. Industrial music for industrial people, prachtig vond ik het”, vertelde Balance glunderend. “De muziek sloot aan bij mijn belevingswereld: een jongetje in een grauwe buitenwijk. De hele sfeer rondom de band deed denken aan Andy Warhol’s Factory en dat vond ik interessant. En er was een verband met William S. Burroughs, Kurt Switters en Marcel Duchamp. De overeenkomst was dat hun kunst een levenswerk was, en hun leven een kunstwerk. Dat raakte mij, en dat doet het nog steeds.”
Later in het gesprek zei hij: “We hebben nog steeds dezelfde idealen. Ik geloof dat wij een soort missie hebben om het werk van mensen als William Burroughs en de surrealisten voort te zetten. En dat is het uitvoeren van nauwgezet research op psychisch gebied.”
Coil on Hello Culture
Acidtest
Daaronder valt ook druggebruik, legde John Balance uit, het onderzoek naar het effect daarvan op het brein. Dus ook hoe iemand dan muziek ervaart. Balance was zelf een grootverbruiker (hoewel alcohol steeds meer de plaats van hallucinogenen in ging nemen). “We nemen niet op als we gebruikt hebben, maar ons geheugen is beïnvloed door druggebruik. We proberen het effect om te zetten in muziek. De plaats, het gevoel waar de drugs je brachten om te zetten in geluid. We hebben alleen gebruikt tijdens de opnamen van Love’s Secret Domain (LSD). Dat deden we bewust om het album verdraaid, kronkelig, gelaagd te maken. En vroeger gaven we onze nummers een acidtest, om te kijken of ze geestverruimend genoeg waren. Als dat niet zo was gingen we weer de studio in om ze aan te passen.”
Magie
John Balance leefde in een subversieve wereld, vol drugs, SM en magische rituelen. Toen Throbbing Gristle uit elkaar viel, startten Christopherson, Balance en P-Orridge begin jaren tachtig het collectief: Psychic TV, dat onder andere de prachtige plaat Dreams less sweet (1983) uitbracht. “Wij waren bijna wetenschappelijk bezig met esoterische elementen”, zo omschreef Balance in 2001 het cryptisch. En Christopherson verduidelijkte: “Bij Psychic TV gingen we meer akoestische instrumenten gebruiken. We raakten bijvoorbeeld geïnteresseerd in de psychologische effecten van Balinese en Tibetaanse instrumenten. De muziek werd meer ritualistisch en fetisjistisch…” “En magisch”, vulde Balance hem aan.”
Coil live: ‘Ostia’
Spirituele sekten
Maar de magie van Psychic TV ontspoorde ziekelijk. In 2001 blikt Christopherson er nog eens op terug: “Als deel van Psychic TV hadden we de Temple Ov Psychik Youth opgericht, met als doel mensen te deprogrammeren uit spirituele sekten. Het fenomeen sekte – of cultus – is heel interessant, maar ook kwaadaardig en fundamenteel verkeerd omdat ze iemands keuzes proberen te beperken. Wij willen dat iedereen volledig onafhankelijk is, zowel van de christelijke kerk als van Jim Jones-achtige sekten. Dus gingen we uit naam van de Temple Ov Psychik Youth manifesten en informatie verspreiden. Maar de tempel ging op een echte religieuze beweging lijken. Mensen kunnen de vrijheid niet aan. Ze willen graag horen wat ze moeten doen en wie hun leider is. En Genesis P-Orridge wilde graag hun leider zijn, hij draaide daar helemaal in door. Dat ging ons te ver. Wij zijn niet geïnteresseerd om deel uit te maken van een traditionele sekte, dat is te simpel en stompzinnig. Wij willen best volgelingen hebben, maar we willen geen leiders zijn.”
Supermens
Een sekteleider waar John Balance wél bewondering voor had was Aleister Crowley (1875-1947). Niet zo gek, want diens occulte godsdienst was gebaseerd op de Eigen Wil. “Aleister Crowley was een Britse excentriekeling”, zo begon Balance. “In de pers werd hij de kwaadaardigste man ter wereld genoemd. Hij vond de samenleving om hem heen hypocriet en zocht naar nieuwe normen en waarden. De technieken die hij daarbij toepaste waren seksuele magie, drugs en oosterse meditatie. Hij startte een sekte en kreeg discipelen. Hij wás gek. Hij was verslaafd en hij sloeg vrouwen. Maar tegelijkertijd was het een dappere man, omdat hij leefde naar zijn droom, zijn idealen. Zijn motto was: ik zal standhouden. Crowley bezat een goddelijke vonk, en vond dat ieder mens die in zich heeft. Iedereen kan zich ontwikkelen tot supermens. Maar dan zou men zich in volledige vrijheid moeten kunnen ontwikkelen, net als hij. Maar zijn ideeën, die hij rond 1910 vastlegde in zijn tijdschrift The Equinox, waren niet echt uitgewerkt en gingen veel te ver voor die tijd. Maar nu heeft hij veel volgelingen.”
Was John Balance dat zelf ook?
“Ikzelf ben niemands volgeling. Ik bestudeer en pik op wat ik kan gebruiken. Dat is alles. Maar ik denk dat wij zeker in Crowley’s traditie opereren. Vooral zijn idee van standhouden spreekt mij aan. Een ander motto van Crowley is “persistance is all”. Coil heeft dat overgenomen omdat dat precies op ons slaat. Wij blijven altijd doorgaan.
(Na de dood van John Balance raakte Peter Christopherson betrokken bij de jarenlange reünie van Throbbing Gristle, die overigens niet zulke interessante cd’s en optredens opleverde. Maar in zijn soloprojecten maakt hij nog steeds supersubtiele klankschilderingen. Halverwege dit jaar bracht hij onder de naam SoiSong het hypnotiserende xAj3z uit. Een prachtplaat (de hoes is een kunstwerk op zich), maar toch een die je nog steeds doet terugverlangen naar de gekte en de magie van John Balance.)













