Hoewel ik liever Gereformeerde kerken en optredens van country line dance verenigingen bezoek, kom ik ook wel eens in een museum. Dat is natuurlijk alles maar scherts en luim, maar je moet wat om de lezer je verhaal in te sleuren.
De dichter, schilder en tekenaar Lucebert had mij reeds op jonge leeftijd bij de kladden. Vanwege mijn eigen aspiraties op dit gebied was het wellicht de ogenschijnlijke bereikbaarheid van wat hij deed die me aantrok. Ha! Jeugdig onbenul! Ik kon nog bijna niks maar wilde wel heel veel. Lucebert tekende, net als mijn goede vriend J. en ik, op kladblokblaadjes. Dus dat wilden we, vanuit het verre, barre Friesland, eens in het echt gaan bekijken. Dat kon, in het Stedelijk Museum, waar in de jaren tachtig een overzichtstentoonstelling van zijn werk was te zien.
Hoe schitterend en indrukwekkend was alles. Het tekenwerk liet een diepe indruk achter, maar ook zijn schilderijen, waarin allerlei morsige situaties toch in heel heldere kleuren werden verbeeld. Het liet me niet meer los. Het is zelfs zo dat ik kort geleden via Marktplaats de prachtige catalogus van die tentoonstelling kocht, waarvoor ik toen het geld niet had.
Maar er was meer. Verderop in het museum stuitten we op een tentoonstelling van Anselm Kiefer. Christus te paard! Dat waren geen schilderijen meer, dat waren kathedralen! Reusachtige constructies van pek en stront leken het wel, het in de schilderkunst gebruikte woord ‘pasteus’ werd om te schaterlachen. Hier was geen paletmes gebruikt maar een schep. Geen enkel fotoboek zal tot uitdrukking kunnen brengen wat ik daar zag. Het was kunst die je moest zien en die je kon voelen. Je was bang dat het van de muur zou komen en je zou verpletteren, geeneens een beroerde gedachte. Mooi was het woord niet. Overdonderend was het zeker.
Kunst kijken is als bier of koffie leren drinken, of leren roken. Het is niet meteen lekker, je moet er soms even doorheen. Maar dan! Mijn nieuwsgierigheid gaat ondertussen zo ver dat ik in willekeurig welk museum de schilderijen even wil omdraaien om ook de achterkant te kunnen bekijken. Er is eens een tentoonstelling geweest van achterkanten van schilderijen ( lees dit: Het Gelijk van de Achterkant). Die tentoonstelling heb ik gemist, maar voor een expositie van achterkanten van doeken van de Grote Meesters zou ik een oor over hebben.
Alles is in verf en inkt te vatten; sereniteit, waanzin, de zieleroerselen van de kunstenaar, of van degene die geportretteerd wordt. Ik vind het een mooie gedachte. Mijn eigen pogingen tot schilderen mislukten deze week, het was of ik op een niet te stemmen gitaar stond te spelen. Geen resultaten dus.
Leestip: ‘Verf’ door Hans den Hartog Jager. Een boek vol interviews met de belangrijkste contemporaine Nederlandse schilders over hun werk en hun techniek. Als je het leest krijg je zin om aan het werk te gaan.














3 Reacties
Link
Ik liep eens een zaal binnen waar één of ander overbekend werk van Rembrandt hing, en begon spontaan te huilen (op een verder onbewolkte dag). Weet nog steeds niet wat daar gebeurde. Hoewel ik van de schilderkunst verder niet veel begrijp, is er dus wel die werking. Mischien moet ik eens een doekje bij je komen opzetten, Jaap. Dat ik het dan beter snap.
Link
Je bent welkom. Als ik in het echt een doek van Basquiat zou zien zou me vermoedelijk hetzelfde overkomen. Bach, Rembrandt, noem er nog een paar, ze herschiepen het leven, dus dat zou je in je wezen kunnen raken.
Link
Jaap! Mijn pannetje met water voor de koffie stond al een hele tijd droog te koken! Jij had het over leren koffiedrinken… ik stoof op en rende naar de keuken. Gelukkig was er geen roet en alles.
Dat was mijn openbaring voor vandaag. (Niet gehuild.)