Vanaf 2007 overspoelt de twintiger Matthew Mondanile (uit New Jersey, USA) ons met vinylplaten en cassettes (!). Onder allerlei verschillende namen (Predator Vision, Dreams In Mirror Field, The Parasails, met zijn band Real Estate), maar het sterkste merk is Ducktails. Onder die naam maakte hij ook zijn beste werk: Backyard (eigenlijk Ducktails II aangevuld met wat extra nummers) en het in september verschenen Landscapes.
Weiland of kelder
Die platen klinken prettig vaag en ondefinieerbaar. Mondanile is in de weer met synthesizers, samples, gitaar en drummachine en zingt heel af en toe wat lijntjes. Hij neemt alles op in een weiland of in de kelder van zijn ouderlijk huis. Daarom klinken zijn platen smotsig, vervormd en vol ruis. De geluidskwaliteit van een vergruisde cassette, zeg maar. De muziek houdt het midden tussen psychedelische pop, ambient en noise/drones. Tot zo ver niks bijzonders, zou je zeggen, de zoveelste lo-fi muzikant met een voorliefde voor hippe stijltjes en/of drugs.
Super 8
Maar er is iets geks aan de hand met Ducktails. Al bij de eerste luisterbeurt van Backyard en Landscapes krijg je een soort gevoel van thuiskomen. De korte muziekschetsen klinken stuk voor stuk nostalgisch. Of beter gezegd: nepnostalgisch. Je hoort herinneringen aan plaatsen waar je nooit geweest bent. Plastic herinneringen vaak ook, associaties van Disney-cartoons komen voorbij. Maar ook: namaak palmbomen. Zonovergoten beelden van Californische stranden. Macramé. Las Vegas. Fotobehang met een veel te rode zonsondergang. Ponypark Slagharen. Corona bier. De hooi moet van het land. Ninja Turtles. De simca van je vader. Suburbia a la Steven Spielberg. Pong. Plastic flamingo’s. Alles heel licht en prettig. Allerlei zonnige werelden trekken aan je voorbij, in Super 8- danwel VHS-kwaliteit. En Ducktails schreef de soundtrack.
Mogelijkheden
De muziek van Ducktails doet nog het meest denken aan de VPRO-serie The Wonder Years, en dan maakt het in dit geval niet uit of je nou tien was in de jaren zestig, zeventig of tachtig. Het is dezelfde mix van naïviteit en wijsheid, die alleen ontstaat door een totaal gebrek aan cynisme. Heel kinderlijk hoor je in Backyard of Landscapes vooral mogelijkheden. ‘Waar gaat dit nummer mij brengen?’ ‘Wat voor melodietje zit verstopt achter die ruis?’ En daarop raak je zo gefocust dat je de beperkingen van Ducktails niet eens meer hoort. Je gaat eraan voorbij dat het allemaal zo bonkig en slecht klinkt, dat Mondanile eigenlijk niet kan zingen, dat het de ene keer zo kitsch is dat het glazuur van je tanden springt en de andere keer niet meer dan botte K.U.T.-herrie.
Soms lijkt het erop alsof je naar je buurjongetje luistert, die zijn eerste muzikale stappen op tape heeft gezet. En die gun je toch ook alle succes van de wereld? Zeker als het jochie zo talentvol is als Matthew Mondanile…












