David Sylvian heeft het ‘m weer geflikt. Opnieuw komt hij met iets op de proppen dat je meteen bij de keel grijpt. Met iets waarvan je in eerste instantie niet weet wat je er mee aan moet, maar waarvan je onbewust aanvoelt dat het prachtig is. En dan geef je de plaat vanzelf tig luisterbeurten. Totdat ‘ie helemaal op z’n plek valt. Totdat je denkt – voor de zoveelste keer sinds 1980 – ‘dit is het beste dat hij ooit heeft gemaakt’. De zevenmijlslaarzenontwikkeling van David Sylvian lijkt nooit te stoppen.
Juweeltjes
Een toevalligheid of niet, in de week voordat Sylvians nieuwste solowerk uitkwam, zette het weblog Electronically Yours een bootleg online met daarop de allereerste opnames van zijn eerste band Japan. Demo’s uit 1977. Nou, die beluister je geen tweede keer. Wat is dat volkomen ruk! Een hartverscheurend valse en rammelende poging tot glamrock (de eerste versie van ‘Adolescent Sex’ staat erop), die de plank volledig missloeg.
Maar gelukkig pakten de broertjes David en Steve Batt (alias David Sylvian en Steve Jansen) door. De experimenteerdrang van Japan was groot. En de vooruitgang adembenemend. Na twee platen ontwikkelden ze een soort artrock die zijn hoogtepunt vond in nummers als ‘Nightporter’, waarin ze aan de haal gaan met Erik Satie, en ‘Ghosts’, een abstract elektronische ballad die wonderlijk genoeg nummer 1 in Engeland werd. In 1983 ging Japan uit elkaar en David Sylvian solo. Hij verzamelde avant-gardistische topmuzikanten als Jon Hassel, Holger Czukay, Ryuichi Sakamoto en Robert Fripp om zich heen. Daarmee maakte hij ultieme platen als het serene Brilliant Trees (1984), het filosofische Gone To Earth (1986) en het verstilde Secrets Of The Beehive (1987). Daarna verdween hij een beetje uit de spotlights, maar om de zoveel jaar bracht Sylvian weer een juweeltje uit.
Improviseer!
En nu is er dan Manafon. De eerste woorden die je David Sylvian hoort zingen zijn: “It’s the farthest place I’ve ever been, it’s a new frontier for me”. Het lijkt profetisch, want wat gaat volgen op Manafon lijkt op niets dat we eerder van Sylvian gehoord hebben. Goed, in interviews zegt hij dat hij het pad ingeslagen op Blemish (2003) verder bewandelt. Dat gaat misschien een beetje op voor de werkwijze, waarbij improvisatie centraal staat. Maar zo abstract als op Manafon heeft de muziek van David Sylvian nog nooit geklonken.
Ditmaal nodigde Sylvian muzikanten als freejazz saxofonist Evan Parker, Keith Rowe (gitarist van de legendarische jaren ’60 avant-garde band AMM), de Japanse ‘turntable-ist’ Yoshihide Otomo, geluidskunstenares Sachiko M en – last but not least – laptopgenie Christian Fennesz uit. Die kwamen in wisselende bezetting bij elkaar tijdens drie sessies, in Londen, Wenen en Tokio. Sylvians enige opdracht luidde: improviseer! En vanuit het niets ontstonden saxuithalen, piepjes, witte ruis. Cello-uitbarstingen. Een ram op een gitaar. Een ploppende microfoon. Platen met strijkkwartetten werden opgestart en weer uitgezet. Klikjes, stukjes stilte, piano. Kggggg hier. Gttsssk gttsssk gttsssk daar… De bende van Sylvian ging helemaal loos.
Eeuwig experimenterend
De opnames nam David mee naar huis om ze in de computer te bewerken tot songs. Hij herschikte, knipte en plakte totdat er verstilde maar tegelijk staccato stukken ontstonden, schijnbaar zonder enige lijn. Die werd er als laatste ingelegd (of heeft hij er die tijdens het hele proces al in gezien?). Sylvian schreef er teksten bij (die deels al waren ontstaan tijdens de improviseersessies) en zong die over de instrumentale stukken in. Dat laatste deed hij trouwens heel dapper. De zang zit heel erg voorin de mix. Sylvian klinkt heel sec, niets wordt weggepoetst en het is goed te horen dat de stembanden van de 51-jarige Brit al een beetje beginnen te kraken. Sylvian schaamt zich er niet voor. Gelukkig maar, want juist dat geeft de misschien wat kille halfelektronische improvisaties warmte.
Net als op Brilliant Trees, Gone To Earth en Secrets Of The Beehive volgt David Sylvian op Manafon een soort van goeroe. Ditmaal is dat de dichter R.S. Thomas (1913 – 2000) uit Wales. De zeer gelovige Thomas was jarenlang voorganger in een kerk in Manafon in het landelijke Montgomeryshire. Sylvian ziet R.S. Thomas vooral als twijfelende gelovige, melancholicus en dwars politicus. Een zoekende, als het ware, die niet genoeg heeft aan een verstild leven. Dat legt de parallel met het werk van David Sylvian bloot: ook hij is zoekend, de verstilling voorbij, en eeuwig experimenterend. Dat belooft wat voor de toekomst.
Prachtige video van ‘Small metal gods’
Manafon ligt sinds maandag in de winkel. Bekijk ook de website bij de cd, met veel informatie, beeld- en geluidsfragmenten en interviews.
In het Radio 6 programma De Wissel, iets na twaalven, een interview met Sylvian én enkele tracks van de cd.












12 Reacties
Link
Fijn stuk! Ik ben groot fan van zijn jaren ’80 solowerk, met ‘Secrets of the Beehive’ als beste plaat ever. Ik heb al een stukje geluisterd van deze nieuwe cd, en was prettig verrast dat hij wat meer zingt. Alleen weet ik niet of ik dat hele abstracte en eeuwige geïmproviseer kan waarderen. Soms wil ik gewoon een recht toe recht aan song!
Link
“Small metal gods”, ontroerend mooi! Nummer één op de begrafenistoptien.
Link
Even een tegengeluid, maar hey, grote kunst kan tegen een stootje: voor mij is Sylvian een schoolvoorbeeld van volkomen leegte & nietszeggendheid. Ear candy voor muzikaal bijzienden, met de diepgang van een opblaasbare badeend en de zeggingskracht van een omgevallen tuinhek. Ik luister liever 24 uur nonstop naar Andre Rieu dan een uurtje naar David Sylvian. (Nou okee, dat laatste lieg ik.)
Link
@peter: Hé, smaken verschillen! Jou raakt het niet, mij wel, zo simpel is het.
Link
Ja, Aukje, daarom schreef ik het ook op.
Link
wel eens gehoord van de uitdrukking parels voor de zwijnen, peter?
Link
En bedankt, Rogier.
Link
nog een leuk experimentje voor de skeptici: ik had onbedoeld de aflevering 2 maal ingestart, kort na elkaar. De ene meteen afgebroken natuurlijk. Toen ik tijdens the greatest living englishman even ‘terugspoelde’ begon de tweede, op circa een halve minuut achterstand, weer te lopen. Op de een of andere manier klopte het niet, en dat gevoel werd bevestigd toen er twee Frank de Munniks begonnen te spreken. Waarmee bewezen is dat het stuk op “eigen benen staat” (en kan staan), zoals Sylvian zelf zegt.
Link
Peter,
Of spelen hier andere emoties mee? Zelf heb ik ook een tijdlang geroepen dat David Sylvian alleen maar earcandy was en niks voorstelde. Maar dat was puur uit jaloezie. Mijn toenmalige vriendin was destijds ook verliefd op ene M. uit D. (die ik nog steeds niet in een donkere steeg moet tegenkomen ;-)
De reden? “Hij lijkt zo op David Sylvian”, zei de trut…
Gelukkig wordt een mens ouder en wijzer en leert hij de grote kunst (jouw woorden, Peter) waarderen zonder teveel persoonlijke kinnesinne.
Link
Mooi verhaal, Leendert! Maar nee, ik vind David Sylvian gewoon niet goed. Ik vind zijn muziek niet mooi. Het doet me niets, voor mij is het geen grote kunst, en ook geen fijn amusement. Ik heb hetzelfde, ik noem maar wat, met Guisseppe Verdi, de Golden Earring, de Jeugd van Tegenwoordig, Charlie Parker, Falco, Richard Wagner, Afrika Bambaata en Acda & De Munnik. Stuk voor stuk acts met grote groepen devote aanbidders, maar ik hoor daar niet bij. Ik vind het lelijke muziek. Maar ik ben blij dat ze er zijn, zo valt er voor allemaal wat te kiezen. En hoe ouder ik word, hoe meer ik vrede heb met mijn beperkte smaak. Inderdaad, zonder welke kinnesinne dan ook!
Link
Peter, daar kan ik niet veel meer tegenin brengen dan het cliche: over smaak valt niet te twisten. Daarom, wat heerlijk dat er zoveel – en steeds meer – te kiezen is.
(Met daarbij nog de aantekening dat ik wel wat heb met Golden Earring, Richard Wagner en Africa Bambaataa. Oh ja, en ook met Falco.)
Link
Goed geschreven recensie over een absoluut mooie en vooral gedurfde plaat. Het mooie bij Sylvian vind ik weer dat het uitnodigt tot het luisteren naar de muziek van diegene met wie hij samenwerkt. Ik heb zo al een paar pareltjes van zijn eigen Label Samadhisound bijv Billy Pilgrim en recent Jan Bang gedownload. Zeer aan te bevelen. Manafon komt 26 juli ook uit op vinyl overigens en de cover is by the way van een Nederlands kunstenaar Ruud van Empel. Galerie is te bezoeken in Utrecht.