26 Mei

Ik kan wachten – maar ik doe het niet!

Ik heb zo’n lol vandaag. Ik heb mijzelf een vrolijk kado gegeven. Iets wat ik al heel lang wilde, en wat ik ook best eerder had kunnen kopen, maar dan had ik mezelf vandaag niet zo’n vrolijk kado kado kunnen doen, want dan had ik het al. Kadoos hebben de neiging vandaag leuker te zijn dan ze gisteren of vorige week zouden zijn geweest.

marshmallowexperiment1Helemaal geen domme redenering overigens, want uitstel van genot is een groot goed. Wie dat op jonge leeftijd reeds doorheeft, komt heel ver in het leven.

Dat staat zelfs in de krant, of liever gezegd in mijn lijfblad The New Yorker. Het betreft een artikel door Jonah Lehrer, onder de krachtige kop Don’t! en met als ondertitel The secret of self control.

‘t Is het verhaal van Stanford-professor psychologie Walter Mischel die eind jaren zestig onderzoek deed naar de zelfcontrolerende vermogens van vierjarigen.
Hij zette duizenden kleuters in een klein kamertje (niet allemaal tegelijk, stupid, maar één voor één) aan een tafel waarop een schaal marshmallows prijkte.
De kindertjes kregen een lastige keuze: “ofwel je rammelt met het belletje, en dan komt onmiddellijk de aardige professor binnen en mag je een marshmallow uitkiezen, marshmallowtestofwel je mag straks, over een paar minuten, als de professor uit zichzelf weer terugkomt, twéé marshmallows!”
Daarop verliet Mischel het kamertje, en werd het kindje met verborgen camera geobserveerd.

Kindermishandeling, wat u zegt. Maar soit, alles voor de wetenschap.

De verschillen in houding en gedrag waren zeer uiteenlopend. Sommige kinderen kozen zonder pardon voor één marshmallow nú, onder het motto pik in, ‘t is winter, maar veruit de meesten besloten te wachten op de uitgestelde beloning van een dubbele portie.
Alleen lukte dat vaak niet al te best: veel tere kinderzieltjes knakten na enkele minuten alsnog, ze rammelden met het belletje, en incasseerden de snelle hap (sommigen sloegen het belletje maar helemaal over, fuck the professor, these are the sixties, en vielen meteen aan). _45571656_marshmellows512
Er waren er echter ook die gerust een kwartier of langer konden wachten, vaak gebruikmakend van slimme trucs: niet naar het snoep kijken, ogen sluiten, liedjes zingen, op de handen zitten, etc.

Het onderzoek werd door omstandigheden nooit goed uitgewerkt, en bleef in een lade liggen, zoals dat soms gaat in de wetenschap. Totdat Mischel onlangs hoorde van een onderzoek naar self control onder volwassenen. Eén en één was toen snel twee: als ze nu eens de kinderen van toen opnieuw zouden benaderen, inmiddels veertig-plus, met de vraag of ze opnieuw aan een vergelijkbaar onderzoek zouden willen meedoen, en vragen wilden beantwoorden naar hun levensloop? Zou dat niet allemaal fantastisch te combineren zijn? Zo gezegd zo gedaan.

Hoe dat tweede, nieuwe onderzoek verloopt – want het is nog bezig -  zal ik hier niet omschrijven. Lees het hele artikel maar eens online: hier. Erg interessant allemaal.

Een belangrijke uitkomst is inmiddels al wel naar buiten gekomen: kinderen met een groot vermogen om te wachten (zogenaamde high gratification delayers) blijken later op vrijwel alle terreinen een succesvoller leven te leiden, sociaal, economisch en wat betreft persoonlijk geluk, in vergelijking met low delayers. marshmellowrainbowHet verband is zelfs veel sterker dan dat tussen gemeten IQ en ‘succes in het leven’. In feite zit het nog wat subtieler: Mischel en zijn team vermoeden dat de mogelijkheid tot zelfcontrole, ofwel het kunnen uitstellen van iets fijns met als doel later iets veel beters te krijgen, voor een deel intelligentie is. Wie de omstandigheden naar zijn of haar hand kan zetten, is slim.

Terug naar mijn kado.

Ik kon vroeger niet goed wachten. Ik vrat mijn chocoladeletter direct op, scheurde alle kadootjes meteen open en krijste als een speenvarken als ik niet meteen nu, maintenant, tout de suite, heute nog godverdomme met met mijn nieuwe fiets door de modder mocht scheuren. Mijn geduld stond al vroeg in het rood.april01-09g

En kijk, wat is er van me terecht gekomen?
Precies. Niets. Mischels onderzoek klopt als een zwerende vinger.

Maar ik blijk een laatbloeier op dit punt. Ik kan, weliswaar dertig, veertig jaar te laat, steeds beter wachten. Wachten op een buitenkansje. Wachten op precies het juiste moment.
En dat was vandaag. Want er was een kassakorting van vijf euro op precies datgene wat ik al jarenlang zo graag wilde: een goedkoop, plastic tafel-pickupje voor in mijn studeerkamer, een romantisch kersenrood gevalletje van de allerslechtste kwaliteit.

Ben ik nu dus toch nog net zo slim als die kindertjes van vier. Misschien dat ik over dertig of veertig jaar ook nog eens succesvol wordt. Het zou wat zijn zeg!

pickupje-12Maar okee, zie hier rechts:  is het geen snoezepoesje? Het geluid is ook precies goed: blikkerig en toch retedynamisch. De naald gaat NIET automatisch terug, je moet de arm er met je eigen bevende vingers opzetten en afhalen, de plaat stopt gewoon met de naald in de uitloopgroef. De ingebouwde boxjes zijn anderhalve Watt per stuk.

Nee, geen rock & roll, zelfs geen jazz; hier gaat alleen klassiek op gedraaid worden. platen-2Oude, keiharde schalplaten van Decca, Vox, His Master’s Voice en Deutsche Grammophon, uit de jaren vijftig en zestig, met een spervuur aan ruis, zowel statisch als afkomstig van de slordige opname-ethiek in die dagen: denk aan onbekrompen hoestende technici, in rochelende doodsstrijd verkerende pianogeriatrici, van honger en dorst vals spelende violisten van vergeten Sovjetorkesten en veel, héél veel klaterend applaus van steevast snipverkouden concertpubliek dat inmiddels tot de laatste longlijder op het kerkhof ligt te rotten.

Ah, het genoeglijk genot van de geneugtelijke genieting! Daar hebben we Beethovens Hammerklavier tegen de achtergrond van een luid knapperend haardvuur door Vladimir Ashkenazy, en hier de Concerti Grossi op. 6 van Händel, aan het moeras der vergetelheid onttrokken door de amechtige Yehudi Menuhin en zijn Bath Festival Orchester, en ach jee, daar klinkt de volkómen obscure, knettergekke luitmuziek van de door God verlaten Hongaarse minstreel Bálint Bakfark (1507 – 1576), gespeeld door de welhaast nog obscuurdere luitist en antieke-stofzuigerimitator Dániel Benkó, van wie ik ooit vijf langspeelplaten kocht voor 50 cent per stuk, enkel en alleen om de hoezen waarop Benkó in de jaren zeventig als een Oostblok-ster à la Borat staat afgebeeld. Hemelse muziek overigens, diep ontroerend, zonder gekheid. En nergens te horen behalve hier, op mijn nieuwe scharlaken speelpickupje.

bakfark3

Tringeling! Joehoe! Professor!
Ik ga weer plaatjes draaien.
En niet ééntje, maar zoveel ik wil, de hele avond en de hele nacht!

Plaats dit fraais op de volgende sites
  • Facebook
  • Twitter
  • Hyves
  • Google Bookmarks
  • NuJIJ
  • eKudos
  • Netvibes

Soortgelijks op Eeuwig Weekend:

2 Reacties

  1. 1 26 mei 2009 om 08:53
    Link

    Ik vind hem prachtig!
    En waar geven ze dan wel die kassakorting op dit prachtexemplaar?

  2. 2 28 mei 2009 om 22:22
    Link

    Kek ding, platen draaien is mooi! En je blijft er fit bij.

Je reactie

Naam en e-mail zijn verplicht. Je mailadres wordt echter nooit gepubliceerd of misbruikt. Eeuwig Weekend behoudt zich het recht om kwetsende of onnodige reacties bruut te verwijderen.

*
*