De wáanzinnige wereld van Boudewijn Büch

Door Lenneke Osterhaus

Een aantal weken geleden liep ik in gehaaste tred via de Kalverstraat naar een culinaire afspraak elders. Het was vlak voor sluitingstijd, dus de gebruikelijke massamenigte had zich beperkt tot enkele provinciale fanatici, die zich in marathonvaart door de bekende grootwinkelbedrijven baanden. Zich verzekeren van het feit, dat ze huiswaarts zouden keren met een uniek Amsterdams confectie-artikel, om hoogstwaarschijnlijk een week later het artikel bij de dichtstbijzijnde vestiging van het betreffende grootwinkelbedrijf te ruilen.

Traditiegetrouw stopte ik even voor de etalage van de Slegte. In het midden van de etalage pronkte een grote foto van Boudewijn Büch, met daar omheen enkele rariteiten uit zijn allesomvattende verzameling. In eerste oogopslag niets meer dan een paar vergeelde exemplaren, maar met een tweede Büch blik bleek het een aantal eerste drukken te betreffen, een gesigneerd exemplaar van het één of ander en iets uit een zeer beperkte oplage. Voor een leek niets meer dan toekomstig recyclepapier, voor een Büch reden om acuut te watertanden. Ik vond het een trieste aanblik; het met zorg en toewijding opgebouwde verzamelimperium van Büch in de koopjesbak van de Slegte.

boudewijn büch

B.B.
Tja, Boudewijn Büch, een manusje-van-alles; dichter, romancier, bibliofiel, presentator, globetrotter, mediapersoonlijkheid, rijstleider van Lassi, nietsnut, enthousiasteling, profiteur, workaholic, psychofarmacahistoricus, muziekliefhebber, drs. Duits en filosofie, pedoseksueel, maar bovenal bleek hij een fantast. Na zijn dood ging de beerput open, Büch was niets meer dan een pathologische leugenaar, nog erger, hij zou aan pseudologica fantastica lijden. Hij had namelijk niet alleen de onbedwingbare drang om te liegen, voor hem waren zijn leugens niets anders dan de waarheid. Alles en iedereen die daar in zijn omgeving aan twijfelde werd geëxcommuniceerd. Bovendien moest hij zelf menigmaal z’n vertrouwde omgeving ontvluchten, omdat hij te veel verstrikt raakte in zijn eigen web van leugens. Een flamboyante, innemende persoonlijkheid, maar eenzaam tot in het diepste wezen van zijn ziel. Een man met veel talenten en ambities, die in het begin van de jaren ’70 in literaire en kunstenaarskringen door vele bekenden (onder andere Reve, van Dis, Komrij) op handen werd gedragen, zonder, tot dan toe, enige noemenswaardige prestatie te hebben geleverd. Een opvallende verschijning en een animerende persoonlijkheid, vanwaar dan de onbedwingbare drang tot fabuleren?

Valsspreker
Wanneer Büch daadwerkelijk aan bovengenoemde stoornis zou lijden, hebben we te maken met een serieuze, psychiatrische aandoening. Een ziekte waarbij mensen gebeurtenissen dusdanig naar eigen hand retoucheren, dat ze er zelf in gaan geloven. De mythische werkelijkheid blijkt de enige juiste, en dit komt tot uiting, doordat de lijder aan de ziekte zich compleet verliest in leugens en deze met hand en tand naar de buitenwereld toe zal verdedigen. Interessante materie, als je beseft dat iemand zichzelf als middelpunt van het universum stelt en daarmee dus een geheel eigen realiteit creëert. Je leven naar eigen inzicht regisseren, met jezelf in de hoofdrol. Typerend voor Büch, een man die er tenslotte alles eraan deed om in de belangstelling te staan, in welke vorm van media dan ook.

Buch als rijstleider
Büch als rijstleider. Bron: televisiereclame.blogspot.com

Buch oder Büch
Volgens specialisten zouden elementen van deze psychiatrische afwijking in de vroege jeugd merkbaar moeten zijn geweest en inderdaad bleek Büch van jongs af aan al een hyperactief jongetje, met een ziekelijke hang naar aandacht. Al op jonge leeftijd fantaseerde hij er flink op los. Zo zou zijn vader een Pools/Duitse Jood zijn, die als RAF-piloot zijn eigen geboortestad zou moeten hebben bombarderen. Thuis werd er alleen Duits gesproken en leed het hele gezin onder de oorlogstrauma’s en de waanzin van Vati, die hem uiteindelijk tot zelfmoord deed overgaan. In werkelijkheid was de beste man een authentieke, Haagse ambtenaar, groeide Büch op in een doorsnee, onopvallend gezin en stierf zijn vader aan een hartstilstand. Büch is ook de enige die de umlaut in zijn achternaam gebruikt, terwijl bloedbroeder Menno Buch er nooit een geheim van heeft gemaakt, dat de Duitse nuance een verzinsel van Boudewijn was.

Die kleine blonde…
kleineblondedoodjpgHet gedrag van Boudewijn werd jarenlang als ‘excentriek’ bestempeld, waardoor een demasqué uitbleef. In zijn beginjaren als dichter, leken zijn verhalen aannemelijk en deed hij er ook alles aan om ze aannemelijk te doen lijken. Zo beweerde hij begin jaren ’70 een zoontje verwekt te hebben bij een oude tekenlerares van hem. Hij toonde het geboortekaartje aan vrienden en nam het mannetje zelfs mee naar zijn stamkroeg aan het Spui. Moeder kon uiteindelijk niet voor het kindje zorgen, dus hielpen zijn vrienden Büch te zoeken naar een pleeggezin. Tegen de tijd dat die was gevonden, bleek het jongetje ongeneeslijk ziek en binnen onafzienbare tijd stierf het aan een hersentumor. Boudewijn leed in stilte en duldde niemand in zijn omgeving gedurende de weken na zijn dood. Geen vriend of vijand zou in die tijd aan het oprechte rouwproces van Büch twijfelen. Toch is ook dit verhaal redelijk doorzichtig en op leugens gebaseerd. Op het moment dat zijn omgeving te dicht bij de waarheid kwam, bijvoorbeeld door het zoeken naar een pleeggezin, zocht hij een uitvlucht in de meest extreme en morbide vorm; het jongetje moest dood. Hiermee was paradoxaal gezien het centrale thema, dat als rode draad door zijn romans loopt, geboren: de dood van zijn kind. In combinatie met ‘zijn ongelukkige jeugd,’ de ideale receptuur voor ál zijn romans. Het hoofdpersonage uit onder andere De kleine blonde dood bestaat echt en is inmiddels een volwassen man. Zijn ouders waren destijds goed bevriend met Boudewijn en hij paste zo nu en dan op het jongetje, tot het moment dat de waarheid hem dreigde te achterhalen.

Doorzichtigheid lijkt het kenmerk van al zijn verzinsels en de lijst is erg lang. Een mooi voorbeeld zijn de eindeloze ontberingen die Büch in een psychiatrische instelling heeft moeten doorstaan en die onder andere in het Dolhuis en talloze interviews uitvoerig worden beschreven. Deze psychiatrische instelling bleek uiteindelijk niets anders dan een vakantiekolonie voor stadskinderen. Dit gedrag zorgde er onvermijdelijk voor dat familie en vrienden zich van hem afwenden, of wanneer het te heet onder ze voeten werd, hij zelf een einde maakte aan talloze vriendschappen. Hiermee wordt de ernst van zijn stoornis gekenmerkt, wanneer hij geconfronteerd werd met leugens ontkende hij glashard of liep weg. Toch bleef hij zich in benarde posities begeven en bleken ook de tegenstrijdigheden in zijn verhalen, in steeds meer interviews op te vallen. Literatuurcritici weten dit aan het feit dat een romanschrijver zelf de vrije hand heeft in het uitwerken van autobiografische elementen. Een komisch gegeven als je weet dat geen van deze elementen op waarheid berustte. Je kunt je eigen romanpersonage creëren, maar hem dan uiteindelijk daadwerkelijk zelf te worden, is dan toch een beetje de omgekeerde wereld.

No Satisfaction
Een eenzaam leven gekenschetst door vluchten; vluchten in reizen (reisprogramma: De wereld van Boudewijn Büch), vluchten in drank en andere verslavingen, vluchten uit de werkelijkheid, vluchten voor de waarheid, vluchten in verafgoding (onder andere zijn Mick Jagger-fetish) en vluchten in een extreme verzamelwoede. Hiermee lijkt een profielschets van de karikatuur Büch treffend; een man die gedreven werd door een nimmer te stillen honger naar extreme en buitenproportionele excessen. Wonderlijk genoeg zal Büch zelf waarschijnlijk het gevoel hebben gehad dat hij zijn geheimen mee het graf in genomen heeft, want de echte mystificatie kwam pas na z’n dood op gang. De aarde was pas net aangestampt of biografen vlogen als aasgieren op hun prooi om het aan stukken te reten en tot in den treuren uit te pluizen. Met bovengenoemde analyses en conclusies als resultaat.

Bibliotheek Boudewijn BuchDe bieb van Boudewijn

Al is de leugen nog zo snel…
Volgens literatuurhistoricus G.M. Prick hield Boudewijn er meerdere dagboeken op na met daarin verwijzingen naar ‘het geheime dagboek.’ Misschien dat dit geheime dagboek uitsluitsel zou kunnen geven over de beweegredenen van Büch, met als prangende hoofdvraag: in hoeverre was Büch bewust of onbewust zichzelf en de buitenwereld voor de gek aan het houden? De ontknoping zal nog even op zich moeten laten wachten, want het materiaal bevindt zich in verzegelde dozen in het Letterkundig Museum en zal pas na 2030 openbaar gemaakt worden.

Boudewijn kan voorlopig in vrede verder rusten; zijn mythe duurt gelukkig nog even voort. Voor mij blijft hij toch nog altijd een beetje de  mysterieuze, melancholische nar, die noodgedwongen een ingeslapen en voorspelbare culturele maatschappij heeft pogen op te leuken. Hij zou misschien juist voor altijd in zijn excentrieke waarde gelaten moeten worden, zodat hij herinnerd zal blijven als intrigerende, amusante persoonlijkheid, in plaats van als analysevoer voor psychologen. Voor mij blijft hij een bijzonder stuk mens!

23_november_2006

Boudewijn Büch stierf als een kluizenaar op 23 november 2002. Met een verzamelwerkje van Nietzsche in de hand, wordt hij getroffen door een hartstilstand. Ironisch genoeg dezelfde (ware) doodsoorzaak als zijn vader en waarschijnlijk veroorzaakt door een te hoog cholesterolgehalte, een familiekwaal. Hij liet drie grachtenappartementen na en een bibliotheek met ruim honderdduizend zeldzame boeken. Er was geen testament.

Bonus: B.B. als Jagger bij Henny Huismans soundmixshow

Reacties

Reageer