Dezer dagen valt een zending van God voor onze voeten. Poststempel Urk. ‘Ik krijg post dus ik besta’, zei Descartes. Qua ‘echt bestaan’ zitten wij, mensen, sindsdien geramd. Maar hoe zit dat met de verzender? God was voor het Franse denkertje nog een onbetwistbare werkelijkheid. Die bestond, post of geen post.
In onze tijd is er meer twijfel. Of liever gezegd: iedereen heeft er een mening over. Over de Urkse zending, over God, over Knevel en over Darwin. En over de posterijen natuurlijk, maar dat staat hier nu even buiten.
Ik wil ook een mening. Over God.
Ik zal moeten graven, maar ik zal ‘m krijgen.
Eigenlijk zit er in de doorsnee religie maar één weeffoutje, is mijn eerste (en naar zal blijken mijn enige) gedachte. Eén kleine weeffout. Dat is niet veel. Religie is een complexe zaak en echt heus, het meeste zit wel goed. Eén kleine misstap, daar kun je je geen buil aan vallen… maar ja, zoals dat gaat met weeffouten, ze zorgen wel voor een ladder in je panty. Screaming hell.
Die misstap, die weeffout, die gedachtenhapering, is natuurlijk dat wij door God geschapen zouden zijn, terwijl in feite het omgekeerde waar is. Ik hoef dat niet uit te leggen. Ik ga dat niet beredeneren.
Okee, één goed argument dan: als jij God was, zou je dan de mens geschapen hebben? Duh, echt niet! Maar als jij de mens was, zou jij dan een God scheppen? Ja, natuurlijk! En rightly so. Goden zijn chille masters of the universe, die wil je gewoon in je collectie.
Bestaat Hij Dus? Natuurlijk Bestaat Hij! God bestaat zoals Frits van Egters bestaat. En geloof me, Frits van Egters
bestaat big time. Goed, hij is dan ‘slechts’ een personage uit een roman, maar jezus christus, hoe driedimensionaal wil je het hebben? We weten meer van Frits dan van onze buren, we kennen zijn gedachten, zijn emoties, zijn omzwervingen, zijn seksuele driften, alles kennen we, álles. Onze buren mogen dan van vlees en bloed zijn, maar dat geldt evenzeer voor de metworst van slager Aalderink.
De geest echter, het kloppend hart, de ziel zo je wilt, dat wat de mens tot mens maakt, dat zit in Frits, niet in worst.
Ik denk en ik denk. Ik wil een mening. Ik prakkiseer me suf.
Neem deze mensen. Bestaan ze? Ik heb ze zelf gefotografeerd, vorige week donderdag in Rotterdam.
Ik zou zeggen nee, dit is nep. Dit zijn geen echte mensen. Het zijn alleen maar lijven, en zelfs daarin zijn ze kunstmatig. Maar als paspoppen bestaan ze wel degelijk. Loop er maar eens naartoe en geef die ene een schop met je blote voet. Dan weet je hoe het zit. Polyester is geen verzinsel. Polyester is een menselijke schepping.
Maar deze plantjes? Hoe zit dat dan?

‘t Zijn zojuist ontkiemde azalea’s, in mijn huiskamer. Als je dat wonder ziet, dan kán het toch niet anders of dat gaat vanzelf? Dat móet toch de natuur, de aarde, het leven zijn? Zoiets kan toch niet zomaar door één of andere God gemaakt zijn? Dat gaat er bij mij gewoon niet in.
God bestaat daarom wel degelijk, moet ik concluderen, maar als verhaalheld, niet als Schepper. In zijn verhaal heeft hij de mens gepolyesterd, in zes dagen. Zes normale, 24-urige etmalen. Omdat het een verhaal is, hoeven we ook niet te morrelen aan de betekenis van die woorden. Geen gedoe met ‘er staat zes dagen maar er wordt bedoeld zesmiljard jaar’. Nee: zes dagen.
Prachtig toch? In The Exorcist gebeuren ook dingen die je in het echte leven niet snel zou verwachten, maar in een filmverhaal kán dat nu eenmaal. Dat is geloven: genoegen nemen met de realiteit binnen het verhaal. Boontjes kunnen lekker zijn, maar ook heel vies. Kijk zelf:
Heb ik nu een mening? Ik denk het wel. Het is er allemaal, die Religie-stuff, er is geen woord gelogen bij. Maar ‘t is
fictie. Mooie, prachtige, lezenswaardige fictie.
Ik voel me hier eigenlijk wel lekker bij. Het is een model waarin iedereen zich thuis kan voelen: de gelovige (‘God bestaat!’), de atheïst (‘maar niet echt!’), de cultuursnob (‘schitterend toch, die verhalen’), de ongeïnteresseerde (‘ik zap even verder’), de Jood (‘dat hebben wij toch allemaal maar mooi verzonnen!’) de Darwinist (‘het verhaal als overlevingsmechanisme’), de creationist (‘ik kan creatief schrijven!’), de Moslim (‘God en het Mysterie van de Gesluierde Nimf’) en de Urker visser (‘De Wonderbaarlijke Visvangst met Arie Boomsma in de rol van Heiland’).

Het kan en mag allemaal met de Frits der Schepping!












4 Reacties
Link
Jezus, Peter. Ik geloof dat ik je geloof. Nee, mooi betoog. Heb jij die brievenbussticker al: creationisme nee, darwin ja?
Link
@Menno: Een normale ‘nee’-'nee’ sticker blijkt te volstaan. Ook folders over het creationisme zijn niet meer dan ongeadresseerd reclamewerk. Verdomme, nu weet ik nog niet wat er in de Heilige Folder staat.
Link
Mooi neergepende mening Peter!
Link
Ik denk dat het zo zit: het geloof in Sinterklaas moeten we opgeven omdat er anders niemand overblijft om Sinterklaas te spelen. Het geloof in God hoeven we niet op te geven, want die zien we toch nooit, niemand hoeft ooit Godje te spelen. Verder is alles dwangmatige celdeling op niks af. Die kop van die Darwin trouwens, dat is toch een ontkenning van zijn eigen theorie?