10 Feb

Keetmanshoop

De hoofdredactie van Eeuwig Weekend heeft mij gevraagd eens wat meer te vertellen over zaken die ik zoal tegenkom in mijn werk. Zelf heb ik niet de indruk dat daar veel aan te beleven valt, maar omdat de EW-bazen blijven aandringen, en nu ook met een flinke vergoeding over de brug komen, wil ik wel een tipje van die sluier oplichten.

Goed dan.

can10Nog maar enkele weken geleden vloog ik voor mijn werk van de Jemenitische hoofdstad Sanaa naar Keetmanshoop in Namibië. Ik zou er een groot seminar leiden over de snel groeiende parkeerproblematiek in het zuidelijke deel van dat land. Waarom ik? Vermoedelijk omdat mijn Ost-hessisch zo goed is, de taal die in Zuidelijk Namibië nog altijd gesproken wordt door oude kolonisten. Uiteraard zijn er wereldwijd genoeg mensen die de Niederfrankische variant spreken, maar ik ben door mijn bijzondere afkomst het zeldzame Thüringse subdialect van het Ost-hessisch machtig, dat in Keetmanshoop nu eenmaal het meest gehoord wordt.

Om mijn kennis van parkeerproblemen ten zuiden van de evenaar kan ik niet zijn uitverkoren, daarvan weet ik hoegenaamd niets (ten noorden ervan, ja, maar onder het Zuiderkruis gaat het allemaal heel anders: omdat de aarde vanaf de equator in de richting van de Steenbokskeerkring bezien linksom draait, parkeer je er – met het stuur rechts – altijd achteruit aan de linkerzijde van de weg, ook waar rechts wordt gereden; heel anders dan  in bijvoorbeeld Algerije, waar alles precies zo gaat als bij ons maar dan wat heftiger, zoals ik heb aangetoond in mijn dissertatie Parkeerbeleid in Algiers: tussen Wanhoop en Verlangen loert altijd de Dood.)

antonovDe vlucht verliep aanvankelijk vlekkeloos. Ik had een Russische Antonov uit 1952 geleend van een bevriende kaperkapitein uit Aden. Die Antonov is mijn lievelingskist, zelfs als ik lichtbepakt reis. Nu echter had ik zo veel spullen bij me, dat die Antonov bepaald geen luxe was. In het ruim waren zestig tweedehands Mercedessen uit Jemen geperst, een gift van de Jemenitische regering aan de rebellen in het uiterste Zuidoosten van Namibië.
Ook vervoerde ik op eigen rekening enkele honderden kleine vaten Jemenitische honing, de beste honing van de wereld, waarin plastic zakken met Omaanse heroïne waren verstopt. Verder een aantal reguliere pallets met vlindermijnen, landbouwgif en overjarige medicijnen.

Afrika lijdt, is mijn motto, en je moet dus wat willen doen. Voor de mensen.

mercedesHet werd nog een hele toestand, die reis. Toen ik door mortiervuur werd geraakt boven het meer van Kolwezi, in Congo dus nog, lukte het mij maar nét om aan de overzijde van de Zambiaanse grens neer te storten. In de Congolese provincie Katanga zou mijn strot zijn afgebeten, geloof dat maar. Na wat ik daar vorig jaar had meegemaakt konden ze mijn bloed wel drinken.
Onbegrijpelijk trouwens.
Alsof ze iets déden met die antieke afgodsbeelden in hun zogenaamde ‘museum’ of ‘tempel’ or whatever. Terwijl de nieuwe rijken van Kazachstan en Kirgizië zitten te springen om dat soort kunst. Maar enfin, dat was voorkomen.

africa_18901Soms moet je geluk afdwingen. Ik bleek me precies op de plek te bevinden waar de Kabompo ontspringt, een rivier boordevol omega-3-en-6-rijke vis. Heerlijk. Van de resten van de Antonov en de Mercedessen bouwde ik zo goed en kwaad als het ging een reusachtig amfibisch-submaritiem vaartuig, waarvan de motoren liepen op het explosieve mengsel van honing en overjarige Softenon. De heroïne en de vlindermijnen liet ik in dankbaarheid achter bij enkele sympathieke rivierbewoners die mij behulpzaam waren geweest.
Afrikanen zijn een schitterend volk.

Daarna lange tijd geen problemen van betekenis meer. Onder de oppervlakte van de Zambezi trok ik dwars door Zimbabwe naar de Indische Oceaan. Onderweg werd ik weliswaar aangehouden door Mugabe’s wrede rivierpolitie, maar goddank had ik een exemplaar van Platinum bij me, het album met de 51 grootste hits van Blöf. Dat hield ze lang genoeg op afstand om naar de kust te kunnen ontkomen.
kaapse-pracht
De avonturen die ik beleefde op de Limpopo, die me door Mozambique en Botswana naar Namibië voerde, laat ik verder achterwege. Het geijkte verhaal van ontvoeringen, een getravesteerde operettediva-met-één-been, laat ontbijten, heli-achtervolgingen, kindsoldaten, diamanten, een verloren pokertoernooi, snelvuurgevechten en ontelbare hoeveelheden Kaapse Pracht (de Kalahariwoestijn kent maar één Aldi, maar die had wel een fantastische van/voor-aanbieding op de wijnafdeling).

Mijn amfibisch-maritiem vaartuig was ik kwijtgeraakt bij het pokeren, net als al mijn kleren. Spiernaakt kwam ik ten langen leste met een watertaxi aan in Keetmanshoop, waar het seminar, dat in de beroemde Rheinische Missionskirche werd gehouden, inmiddels was afgelopen. Ik liep de organisatoren tegen het lijf tussen de cacteeën in de voorhof, en het is misschien wel aardig om weer te geven hoe typisch zo’n gesprek dan verloopt.

‘We hebben nog wel op u gewacht,’ zeiden ze in koor, ‘maar op een bepaald moment begonnen de broodjes te stinken en toen was er geen houden meer aan’.
‘Dat begrijp ik maar al te goed,’ zei ik schuldbewust, ‘ik had hetzelfde gedaan in uw situatie’.
‘Dat is fideel van u, voor hetzelfde geld was u teleurgesteld geweest dat we zonder u…’
‘Bent u gek,’ sprak ik tegen, ‘dat is nergens voor nodig, en bovendien ben ik degene die te laat is, niet u.’
‘We hebben geen reden om aan te nemen dat het u daarvoor aan goede redenen ontbreekt’, waren de organisatoren zo vriendelijk te repliceren, waarna ik uit beleefdheid niet anders kon uitbrengen dan een welgemeend ‘U verplicht mij zeer met uw uitzonderlijke hoffelijkheid, hoewel ik bang ben dat ik het niet verdien’.
‘Onzin!’, wierpen zij stellig in het midden, ‘u verdient al onze dankbaarheid én lof!’keetmanshoop-kerk
‘Dat is werkelijk teveel eer,’ zei ik schuchter.
Maar daar wilde de organisatie niets van weten: ‘Welnee! Als er iemand is voor wie geen eer teveel is, dan bent u het.’

Zo ging dat nog een hele tijd door. Na een laatste ‘Echt, u denkt veel te goed over mij!’ nam ik schielijk de bus naar Kaapstad, waar ik me verstopte in het ruim van een Noorse viermastbark die met een lading plastic speelgoedkreeften onderweg was naar Sebastopol en waarvan de godsdienstwaanzinnige tweede stuurman een volle neef bleek te zijn van Matthijs van Nieuwkerk.

Maar dat avontuur is voor een andere keer!

Plaats dit fraais op de volgende sites
  • Facebook
  • Twitter
  • Hyves
  • Google Bookmarks
  • NuJIJ
  • eKudos
  • Netvibes

Soortgelijks op Eeuwig Weekend:

2 Reacties

  1. 1 10 februari 2009 om 10:14
    Link

    Hihihihihihi, en als de redactie je vraagt eindelijk ook eens een boek te schrijven, geef je dan ook toe? A toe. Ik beloof ‘m te verslinden.

  2. 2 11 februari 2009 om 00:26
    Link

    Ja,dat is Peter.
    Peter is mijn ideaal.
    Grijze trui.
    En rode shawl.
    De speelgoedkreeft is als speelgoed onderschat.

Je reactie

Naam en e-mail zijn verplicht. Je mailadres wordt echter nooit gepubliceerd of misbruikt. Eeuwig Weekend behoudt zich het recht om kwetsende of onnodige reacties bruut te verwijderen.

*
*