Vogels vliegen in de lucht
Door Peter Schuite
Vogels zijn vliegende dieren: ze vliegen in de lucht. Ik zeg niet dat vogels altijd vliegen. Dat kan ik niet beweren en dat wil ik ook niet beweren. Trouwens, iedereen weet dat. Het zou mijn betoog onmiddellijk ondermijnen, niemand zou nog aandacht hebben voor wat ik verder nog te melden heb. Maar evengoed zijn vogels vliegende dieren. Niet alle vogels, dat is ook waar. Loopvogels bijvoorbeeld, die vliegen niet – al zouden ze willen, het zou ze niet lukken. Maar grosso modo is de stelling dat vogels vliegende dieren zijn heel goed te verdedigen, en dat is dan ook precies wat ik hier ga doen. Dat vogels vleugels hebben, interesseert me daarbij niet eens zoveel. Dat lijkt misschien gek, maar is het niet! Natuurlijk zijn vleugels behulpzaam bij het vliegen, maar dat zijn – ik noem maar iets – poten ook. Bij het opstijgen en landen spelen de poten van een vogel een belangrijke rol (denk aan het gestel van een vliegtuig). Vleugels zijn dus behulpzaam, of zelfs doorslaggevend bij de faculteit van het vliegen, helemaal waar, maar toch vormen dergelijke overwegingen maar een oppervlakkige bijkomstigheid die afleidt van waar het eigenlijk om gaat.
Kijken we naar foto A:
foto A
- dan zien we heel duidelijk vogels in hun vlucht. Het betreft hier Leidse duiven, maar het hadden net zo goed heel andere vogels kunnen zijn. Het aardige aan deze Leidse duiven is wel dat ze een perfecte illustratie vormen bij onze stelling, namelijk dat vogels vliegende dieren zijn. Heel duidelijk is dat te zien bij de vogel direct links van de straatlantaarnkop, het grote exemplaar dat daar zo wijdvleugelig door het luchtruim scheert. Het kán haast niet anders of de onbevooroordeelde toeschouwer krijgt een onweerstaanbare indruk van ‘vliegen’. Die hele luchtmobiele houding van het dier, die krachtige uitdrukking van ‘in de lucht (willen) zijn’, dat intense weigeren om naar beneden te tuimelen. Het zit in de vogel, het vliegen. Natuurlijk, soms vliegt een vogel niet, zoals we al vaststelden, maar ook dan zit het vliegen in de vogel. Trouwens, we hoeven maar wildzwaaiend en hardschreeuwend op zo’n zittend dier af te rennen, of we krijgen een onloochenbaar staaltje vliegkunst voorgeschoteld – bewijs te meer dat als het er werkelijk om spant, de vogel een vliegend dier is.
Kijken we nu eens naar foto B:
foto B
Het betreft hier een uitsnede van foto A. Hier zien we heel duidelijk een groep van drie vliegende Leidse duiven. Het gaat om de groep links op de foto; rechts zijn ook enkele vogels zichtbaar, maar hoewel niet valt te ontkennen dat deze dieren net als hun collega’s aan het vliegen zijn, gaat het nu even om het drietal links. Over de achterste, meest linkse duif kunnen we kort zijn: die vliegt zeker. Het lijkt misschien of hij met zijn snavel in de achtersteven van zijn voorganger wil bijten, om zo een slaatje te slaan uit diens vliegkracht, maar dat is natuurlijk onzin. (Die vogel vliegt daar nu eenmaal, en waarschijnlijk ligt het aan onze eigen beperkte perceptie en vooringenomenheid dat we zulke flauwiteiten verzinnen. Veel mensen hebben geen enkel probleem met vogels, en houden van ze zoals ze houden van schapen of poezen, maar sommigen kunnen het niet verkroppen dat ze zelf geen verendek hebben, of nu we het er toch over hebben: een snavel.) De voorste vogel zelf levert evenmin veel interpretatieproblemen op. Ook deze specifieke duif is immers gewoon een lekker stukje aan het vliegen, al kan het heel goed zijn dat hij daar prangende redenen voor heeft: de foto vertelt ons niets over de aanleiding, het doel of de zin van de vlucht. Gelukkig hoeven we ons daarover niet te bekreunen, het valt geheel en al buiten het bestek van ons onderzoek.
Kijken we tot slot naar foto C:
foto C
Weer zoomen we flink in, ditmaal op de derde vogel van het groepje; we zijn nu genaderd tot op de plek waar het bewijs voor onze stelling werkelijk hard gemaakt kan worden, mits we goed kijken en onze gebruikelijke larmoyante of juist sceptische houding van ons afschudden. Wetenschap vereist rationaliteit, een scherpe blik en een moedig hart. Wat we op de foto zien is het blauwe silhouet (alle vogels op de foto’s zijn blauw gemaakt om ze zo goed mogelijk te kunnen onderscheiden) van de bewuste Leidse duif. Het zou te ver voeren om alle lichaamskenmerken langs te lopen, ik beperk me tot de kop rechtsboven, de staart linksonder, twee uitgespreide vlerken en tussen alles in de romp, die doorgaans weinig bezongen wordt, maar die als het er werkelijk op aan komt de zaak stevig bij elkaar houdt – en geloof me: het komt er voortdurend op aan. Deze vogel nu, deze Leidse duif, deze grijze, gevederde, gesnavelde luchtpiloot, deze trotse Columba Leydenis, vliegt in de lucht. Heel duidelijk is dat te zien aan het wit om de vogel. Dat is de lucht zelf, wit gemaakt op de foto om het geheel zo helder mogelijk zichtbaar te maken (in feite betreft het hier een wolk op de achtergrond die van zichzelf al wit was, er hoefde maar een heel klein beetje wit te worden toegevoegd, en zelfs dat was in wezen volkomen overbodig). Met andere woorden: deze vogel vliegt in de lucht, en is daarom een vliegend dier. Quod erat demonstrandum.



Reacties