Olifantenpaadjes: Hemelsbreed van A naar Z
Door Jaap Stiemer
Water zoekt het laagste punt, mensen maken geen omwegen. Wanneer het kan, gaan wij als mens hemelsbreed van A naar Z.
Met de automobiel rijden wij het liefst dwars door weilanden en sloten, om in winkels te kunnen parkeren en de levensmiddelen vanuit het neergelaten portierraam uit de schappen te kunnen trekken. Maar dat kan niet. Lopend gaat dat wel, fietsend ten dele.
Daarvan getuigen de olifantenpaadjes. In mijn eigen woonplaats heb ik daarvan een studie gemaakt. Olifantenpaadjes kennen we allemaal, we gebruiken ze ook allemaal. Meestal zijn het paadjes in het gras, lemen linten van burgerlijke ongehoorzaamheid, geulen en voren waarin tegendraadsheid kolkt. Lak aan de gebaande paden. Maar ook gemakzucht. Rechtdoor in plaats van dat minieme bochtje.
Olifantenpaadjes zijn in de geürbaniseerde omgeving kleine, maar soms zeer langgerekte tekenen van ons instinct. Ze geven aan dat we nog steeds dieren zijn, olifanten, die sjokken en zich niet laten tegenhouden door bosschages, sluismatige hekwerken, grasvelden met borden ‘niet op het gras’. We lopen en fietsen waar wij willen, gaan van het pad af, creëren het onze.
Het gaat ver. Ik kwam in mijn woonstee volledig intacte olifantenroutes tegen, die van wijk naar wijk gingen, dwars door de civiele structuren heen, gebruikmakend van struikgewassen, bermen, beemd en middenbermen, grasvelden, parken en groenstroken. Infrastructuur mijn reet.
Het is, als je er oog voor hebt, van een grote schoonheid. Voor de Freudianen is er zelfs nog wat opwindends te ontdekken in een door mensenvoeten uitgesleten pad, dat via een bed van helmgras naar de top van een duin leidt.
Ik verzamel ze, de olifantenpaadjes. Ze geven hoop. De mens heeft nog zin in zijn eigen weg.







Reacties